Een drukke agenda deze dag. Eerst iets uitzoeken over een man met de Canadese nationaliteit die als gevolg van een verkeersongeval in het ziekenhuis is beland. Vervolgens een raadsvergadering bijwonen. In de middag een voorlichtingssessie op een school over de gevaren van landmijnen. Tenslotte onze aanwezigheid tonen bij een liefdadigheidsconcert in het Culturele Centrum van Travnik.
Bij het zien van de buitenkant van het ziekenhuis denk je gelijk: “Als ik hier maar niet terecht kom!” Het gebouw is slecht onderhouden en straalt absoluut geen “gezondheidszorg” uit. De hoofdingang aan de voorzijde is vrij nieuw. Alleen is deze ingang gesloten. De tolk merkt op dat deze ingang voornamelijk door de ambulances wordt gebruikt. Dan maar naar de ingang aan de achterzijde. Over het ziekenhuisterrein zie ik enkele patiënten in pyjama lopen en bij de achteringang staan enkele mensen te roken. Bij het betreden van de centrale hal waan ik me gelijk in de jaren 70. Bruin is de overheersende kleur. De receptie bestaat uit een klein loket met een voorzetraam. De dame achter het loket blaast vrolijk de rook van haar brandende sigaret in het hok. Er staat een ouderwetse typemachine en de gegevens van de patiënten zoekt ze op in notitieboeken. Er zit wel structuur in de opzet, want ze heeft vrij snel antwoord op onze vraag. De Canadees die wij zoeken is kort na de opname uit het ziekenhuis ontslagen. Helaas zijn geen gegevens bekend over zijn verblijfplaats in Bosnië. Onverrichterzake verlaten wij het ziekenhuis.
We rijden naar het gemeentehuis waar we van 10:00 tot 12:00 uur de raadsvergadering volgen. Volgen is eigenlijk niet het goede woord, want van de taal begrijp ik helemaal niets. Soms vang ik een woord op dat ik herken, maar in welke context blijft onduidelijk. Wij doen ons werk dus niet voor niets met behulp van tolken. In dit geval geeft de tolk aan waarover wordt gesproken en wij rapporteren daarover.
Voor de lunch rijden we naar het winkelcentrum FIS in Vitez. Met het beeld van de afgelopen dagen op mijn netvlies vergeet ik even dat ik in Bosnië ben. Zo veel luxe heb ik hier nog niet gezien. Het broodje dat ik heb besteld in het eetcafé komt regelrecht uit de steenoven en is uit de kunst. Hier zal ik nog wel vaker komen.
Na de lunch gaan we naar een schooltje in het dorpje Maline in de buurt van Guca Gora. Op het programma staat MRE oftewel “Mine Risk Education” voor kinderen van de 4e klas (vergelijkbaar met groep 6 in Nederland). Het schooltje bestaat uit een klein gebouw met twee leslokalen. Als we de klas binnenlopen gaan de kinderen onmiddellijk staan. Ik kijk in de pretogen van zo’n 16 nieuwsgierige kinderen. De meisjes staan een beetje verlegen te giechelen en sommige jongens brengen breed lachend een militaire groet. De spontaniteit druipt er als het ware vanaf. Onder het genot van een kopje Bosnische koffie maken wij kort kennis met de onderwijzeres en installeren vervolgens alle benodigdheden voor de MRE in de klas. Daarbij worden we geholpen door de kinderen. Het is een vrolijke boel en aan alles merk je dat de kinderen niet zijn getekend door de oorlog. Het zijn “gewoon” kinderen. De tolk verzorgt verder de MRE. Na de MRE krijgen de kinderen nog enkele presentjes uitgereikt en als vanzelf helpen ze ook weer om het lesmateriaal in te laden. Als we vertrekken roepen ze uit volle borst “GOODBYE” en zwaaien ons uit. Ik verheug me nu al op de volgende MRE.
Terug in Travnik brengen we nog een bezoek aan een liefdadigheidsconcert voor een ernstig ziek kind. De toeschouwers zijn zonder uitzondering jongeren tot zo’n 20 jaar. Er treden diverse artiesten op en soms denk ik dat ik naar “Travnik’s got talent” zit te kijken. Wij hebben in ieder geval ons gezicht laten zien en een bijdrage geleverd aan een goed doel.
Het tonen van onze aanwezigheid in de Bosnische samenleving is een belangrijke taak. Daarvoor gebruiken we term ‘Showing the Flag’. Persoonlijk vind ik dat we vandaag op dat punt met vlag en wimpel zijn geslaagd.
