Met het verplicht wekelijks onderhoud van de voertuigen en een leuke ad hoc ontmoeting is deze zaterdagochtend snel voorbij. De werkweek zit er weer op.
Omdat het prachtig weer is haal ik na de lunch de fiets van stal. Mijn doel is de top van de berg Vlasic. Ik ben al een paar keer tot het hoogste punt van de geasfalteerde weg van de ‘Col de Vlasic’ gefietst, maar daarna gaat het nog zeker 7 km verder over een onverharde weg tot een hoogte van ongeveer 1960 meter. Op dat punt staan enkele zendmasten opgesteld.
Vol goede moed begin ik aan ruim 21 km bergop fietsen. Het verloop van de asfaltweg kan ik inmiddels bijna dromen. Als ik de asfaltweg achter me laat begin ik me toch al vrij snel af te vragen waar ik aan begonnen ben. De onverharde weg is oneffen en ligt vol met stenen van klein tot groot. Het fietsen is veranderd in stuiteren. Ik voel gelijk waarom ik geen liefhebber van mountainbiken ben. Met mijn doel voor ogen baan ik me al slingerend een weg naar boven.
Op een hoogte van ongeveer 1700 meter fiets ik over een grote winderige vlakte. De natuur in dit land blijft me verbazen. Wat me nog meer verbaast is een man die ergens op de vlakte ogenschijnlijk roerloos achter een auto staat. “Wat bezielt iemand om met de auto naar deze plek te komen?”, vraag ik me af. Als ik de man op een afstandje passeer zie ik dat hij knielt en voorover buigt. Het is een moslim die met het gebed bezig is. Toch wel bijzonder om dat op deze afgelegen locatie te aanschouwen.
De zendmasten komen langzaam maar zeker dichterbij. Ergens in de verte zie ik een herder met een kudde schapen. Dat doet me vermoeden dat de biddende moslim, die ik een paar minuten eerder zag, een herder is. Vlak onder de top maak ik dankbaar gebruik van de zelfontspanner op mijn fotocamera. Na drie pogingen heb ik bewijsmateriaal voor mijn stoere fietsavontuur.
Ik denk even aan het liedje ‘De eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot dat begint met: “Hoe sterk is de eenzame fietser die krom gebogen over zijn stuur tegen de wind, zichzelf een weg baant.” Nou, op deze dag kan ik volstaan met een kort antwoord: “Heel sterk!”
